Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BQ7492 ECLI:NL:HR:2011:BQ7492 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ7492 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BQ7492
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. Beoordeling van de klachten Ingevolge artikel 116, lid 1, van de Wet WIA kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, en 8 en 9 van de Wet WIA en de daarop berustende bepalingen. Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen, maar betreft de berekeningswijze van het dagloon. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ7492 · Hoge Raad: Beoordeling van de klachten Ingevolge artikel 116, lid 1, van de Wet WIA kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, en 8 en 9 van de Wet WIA en de daarop berustende bepalingen. Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen, maar betreft de berekeningswijze van het dagloon. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

nr. 11/00003 10 juni 2011 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 november 2010, nr. 09/4800 WIA, op het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV) tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 08/6240 WIA) betreffende een besluit van het UWV ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: de Wet WIA).

1. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2. Beoordeling van de klachten Ingevolge artikel 116, lid 1, van de Wet WIA kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van artikel 2, tweede tot en met zesde lid, en 8 en 9 van de Wet WIA en de daarop berustende bepalingen. Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen, maar betreft de berekeningswijze van het dagloon. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2011.