Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BQ6083 ECLI:NL:HR:2011:BQ6083 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ6083 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BQ6083
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 131699/ HA ZA 00-34 van de rechtbank Rotterdam van 18 mei 2000, 18 juni 2003 en 4 augustus 2004; b. de arresten in de zaak met rolnummer 0500065 en zaaknummer 105.002.614/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2008 en 8 december 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ6083 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 september 2011 Eerste Kamer 10/01610 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], statutair gevestigd te [plaats], zaakdoende te [plaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [Verweerster], statutair gevestigd te [plaats ], zaakdoende te [plaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 131699/ HA ZA 00-34 van de rechtbank Rotterdam van 18 mei 2000, 18 juni 2003 en 4 augustus 2004; b. de arresten in de zaak met rolnummer 0500065 en zaaknummer 105.002.614/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2008 en 8 december 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.