ECLI:NL:HR:2011:BQ4779 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedDe beschikking waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft beslist dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 14 januari 2010 buiten behandeling wordt gelaten. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2011:BQ4779 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvrage 3.1. Art. 457, eerste lid, Sv, luidt, voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, als volgt: "Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeling, kan worden aangevraagd: 1°. (...) 2°. (...) 3°. (...)" 3.2. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de beschikking niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
Full text
17 mei 2011 Strafkamer nr. 10/04075 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 8 februari 2010, nummer 21/000195-10, ingediend door mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, namens: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats].
1. De beschikking waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft beslist dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 14 januari 2010 buiten behandeling wordt gelaten.
2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage 3.1. Art. 457, eerste lid, Sv, luidt, voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, als volgt: "Herziening van eene in kracht van gewijsde gegane einduitspraak houdende veroordeling, kan worden aangevraagd: 1°. (...) 2°. (...) 3°. (...)" 3.2. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de beschikking niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 mei 2011.