Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BQ2803 ECLI:NL:HR:2011:BQ2803 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ2803 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BQ2803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak CV 04-25346 van de kantonrechter te Amsterdam 18 maart 2005 en 29 juli 2005; b. de arresten in de zaak 106.003.830/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 februari 2008 en 2 februari 2010. Het arrest van het hof van 2 februari 2010 is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ2803 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping, met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 september 2011 Eerste Kamer 10/02646 RM/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiser 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE GEMEENTE AMSTERDAM (DIENST BEHEER PARKEERGEBOUWEN), zetelend te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak CV 04-25346 van de kantonrechter te Amsterdam 18 maart 2005 en 29 juli 2005; b. de arresten in de zaak 106.003.830/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 februari 2008 en 2 februari 2010. Het arrest van het hof van 2 februari 2010 is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping, met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 491,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.