ECLI:NL:HR:2011:BQ2797 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 157296/BZ RK 10-751 van de rechtbank Maastricht van 30 december 2010. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 6 mei 2011 op die conclusie gereageerd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2011:BQ2797 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
10 juni 2011 Eerste Kamer 11/01429 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Betrokkene], thans verblijvende in het Psychiatrisch Ziekenhuis Stichting Mondriaan te Heerlen, EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n OFFICIER VAN JUSTITIE ARRONDISSEMENT MAASTRICHT, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.
1. Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 157296/BZ RK 10-751 van de rechtbank Maastricht van 30 december 2010. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 6 mei 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.