Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BQ0518 ECLI:NL:HR:2011:BQ0518 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ0518 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BQ0518
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 317162/F2 RK 08-2714 van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2009; b. de beschikkingen in de zaak 200.030.600.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 april 2010 (tussenbeschikking) en 8 september 2010 (eindbeschikking). De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BQ0518 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 juni 2011 Eerste Kamer 10/05299 TT/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R. Dhalganjansing, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 317162/F2 RK 08-2714 van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2009; b. de beschikkingen in de zaak 200.030.600.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 april 2010 (tussenbeschikking) en 8 september 2010 (eindbeschikking). De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren, althans het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is vastgesteld op 26 mei 2011 en gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.