Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP9868 ECLI:NL:HR:2011:BP9868 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP9868 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP9868
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak CV 07-19065/878354 van de kantonrechter te Amsterdam van 20 augustus 2007, 21 januari 2008, 18 februari 2008 en 29 september 2008; b. het arrest in de zaak 200.022.775/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP9868 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 juni 2011 Eerste Kamer 10/01304 RM/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Verweerster 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [Verweerder 3], handelend in de hoedanigheid van vennoot van verweerster in cassatie onder 2, wonende te [woonplaats], 4. [Verweerder 4], handelend in de hoedanigheid van vennoot van verweerster in cassatie onder 2, wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak CV 07-19065/878354 van de kantonrechter te Amsterdam van 20 augustus 2007, 21 januari 2008, 18 februari 2008 en 29 september 2008; b. het arrest in de zaak 200.022.775/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.