ECLI:NL:HR:2011:BP9383 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedGeding in cassatie Het beroep is ingesteld door klager. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Legislator headnote
AI generatedart. 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2011:BP9383 · Hoge Raad: 28 juni 2011 Strafkamer nr. S 09/05208 BAGE/ABG Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van Rechtbank te Zutphen van 17 december 2009, nummer RK 09/524, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klager], geboren op [geboortedatum] 1991, wonende te [woonplaats].
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
28 juni 2011 Strafkamer nr. S 09/05208 BAGE/ABG Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van Rechtbank te Zutphen van 17 december 2009, nummer RK 09/524, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klager], geboren op [geboortedatum] 1991, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door klager. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2011.