Legislator Case Law & Legislation
10/04670 ECLI:NL:HR:2011:BP6297 AI generated

10/04670 · Hoge Raad

Case Number 10/04670
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna: het College) van 28 maart 2008 is belanghebbendes uitkering op grond van de WWB met ingang van 1 februari 2008 beëindigd. Het College heeft het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 08/1895) heeft het tegen die beslissing ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad en daarbij verzocht om vergoeding van schade. De Centrale Raad heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en het verzoek om vergoeding van schade afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

10/04670 · Hoge Raad: Beoordeling van de klachten De in cassatie bestreden uitspraak van de Centrale Raad betreft de toepassing van de WWB. Beroep in cassatie tegen zodanige uitspraak kan ingevolge artikel 80 van de WWB worden ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, leden 2 tot en met 5, van de WWB. Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens het laatstgenoemde artikel dat betrekking heeft op de begrippen gehuwd, ongehuwd en gezamenlijke huishouding. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

nr. 10/04670 4 maart 2011 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 7 september 2010, nr. 09/3057 WWB, betreffende een besluit ingevolge de Wet werk en bijstand (hierna: de WWB).

1. Het geding in feitelijke instanties Bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen (hierna: het College) van 28 maart 2008 is belanghebbendes uitkering op grond van de WWB met ingang van 1 februari 2008 beëindigd. Het College heeft het tegen dit besluit gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 08/1895) heeft het tegen die beslissing ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad en daarbij verzocht om vergoeding van schade. De Centrale Raad heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd en het verzoek om vergoeding van schade afgewezen.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. Het College heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3. Beoordeling van de klachten De in cassatie bestreden uitspraak van de Centrale Raad betreft de toepassing van de WWB. Beroep in cassatie tegen zodanige uitspraak kan ingevolge artikel 80 van de WWB worden ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, leden 2 tot en met 5, van de WWB. Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van het bepaalde bij of krachtens het laatstgenoemde artikel dat betrekking heeft op de begrippen gehuwd, ongehuwd en gezamenlijke huishouding. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2011.