Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP4801 ECLI:NL:HR:2011:BP4801 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP4801 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP4801
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 154312/HA ZA 01-859 van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2003 (tussenvonnis) en 8 november 2006 (eindvonnis); b. de arresten in de zaak 105.006.122 met rolnummer c07/257 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 januari 2008 (tussenarrest) en 7 juli 2009 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP4801 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het eindarrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de vrouw is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 april 2011 Eerste Kamer 09/04368 EV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.C. Meijroos, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 154312/HA ZA 01-859 van de rechtbank Rotterdam van 10 december 2003 (tussenvonnis) en 8 november 2006 (eindvonnis); b. de arresten in de zaak 105.006.122 met rolnummer c07/257 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 30 januari 2008 (tussenarrest) en 7 juli 2009 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het eindarrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de vrouw is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 april 2011.