Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP3279 ECLI:NL:HR:2011:BP3279 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP3279 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP3279
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 109566/JE RK 10-256 van de rechtbank Almelo van 1 maart 2010; b. de beschikking in de zaak 200.064.518 van het gerechtshof te Arnhem van 20 juli 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP3279 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 april 2011 Eerste Kamer 10/04558 RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne, t e g e n DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Almelo, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Als belanghebbenden zijn aangemerkt: [De zoon], wonende te [woonplaats], niet verschenen, en STICHTING BUREAU JEUGDZORG OVERIJSSEL, gevestigd te Hengelo (Ov), niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 109566/JE RK 10-256 van de rechtbank Almelo van 1 maart 2010; b. de beschikking in de zaak 200.064.518 van het gerechtshof te Arnhem van 20 juli 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.