Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP3034 ECLI:NL:HR:2011:BP3034 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP3034 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP3034
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 263252/FA RK 09-1135 van de rechtbank Utrecht van 5 augustus 2009. b. de beschikking in de zaak 200.048.158 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 april 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 44 lid 3 Rv; ECLI:NL:HR:2011:BP3034 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 13 december 2010 op die conclusie gereageerd. De reactie van de advocaat van de man bij brief van 23 december 2010 is niet een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal maar op de brief van de advocaat van de vrouw, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv. geen acht zal slaan.

Keywords

AI generated
art. 44 lid 3 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 44 lid 3 Rv
De reactie van de advocaat van de man bij brief van 23 december 2010 is niet een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal maar op de brief van de advocaat van de vrouw, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

4 februari 2011 Eerste Kamer 10/02909 TT/IF Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J. Dongelmans. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 263252/FA RK 09-1135 van de rechtbank Utrecht van 5 augustus 2009. b. de beschikking in de zaak 200.048.158 van het gerechtshof te Amsterdam van 27 april 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 13 december 2010 op die conclusie gereageerd. De reactie van de advocaat van de man bij brief van 23 december 2010 is niet een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal maar op de brief van de advocaat van de vrouw, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv. geen acht zal slaan.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 februari 2011.