Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP2025 ECLI:NL:HR:2011:BP2025 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP2025 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP2025
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. De SVB heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend. Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de conclusie van repliek hebben belanghebbenden nog een geschrift ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP2025 · Hoge Raad: Beoordeling van de klachten Ingevolge artikel 53, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen. Het onderhavige cassatieberoep betreft echter de kosten van overmaking van het ouderdomspensioen op grond van de AOW. Dit beroep is niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

nr. 10/00894 28 januari 2011 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de erfgenamen van A, gewoond hebbende te Z, Spanje, (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 februari 2010, nr. 07/1271 ZFW, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam (nr. AWB 06/5475 AOW) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank (hierna: de SVB) ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1. Geding in cassatie Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. De SVB heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend. Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de conclusie van repliek hebben belanghebbenden nog een geschrift ingediend. Daartoe biedt de wet evenwel niet de mogelijkheid. De Hoge Raad slaat op dat stuk daarom geen acht.

2. Beoordeling van de klachten Ingevolge artikel 53, lid 1, van de Algemene Ouderdomswet kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2, 3 en 6 en de op die artikelen berustende bepalingen. Het onderhavige cassatieberoep betreft echter de kosten van overmaking van het ouderdomspensioen op grond van de AOW. Dit beroep is niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

3. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2011.