Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP1403 ECLI:NL:HR:2011:BP1403 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP1403 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP1403
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 4 juni 2007; b. het vonnis in de zaak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 10 februari 2009. Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP1403 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het vonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. VvE heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en in een aanvullend verweerschrift verzocht [eiser] c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun cassatieberoep. [Eiser] c.s. hebben hiertegen verweer gevoerd. De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 maart 2011 Eerste Kamer 09/01867 EV/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. A.L.Chr.M. Oomen, thans mr. J.C.J. Smallenbroek, t e g e n VERENIGING VAN EIGENAREN 7-7 SHOPPING CENTRE, gevestigd in Curaçao, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.A. Meijer. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en VvE.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 4 juni 2007; b. het vonnis in de zaak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 10 februari 2009. Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het vonnis van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. VvE heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en in een aanvullend verweerschrift verzocht [eiser] c.s. niet-ontvankelijk te verklaren in hun cassatieberoep. [Eiser] c.s. hebben hiertegen verweer gevoerd. De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 2.080,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 maart 2011.