Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP1078 ECLI:NL:HR:2011:BP1078 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP1078 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP1078
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 231748\01-13392 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 31 januari 2002 en 8 augustus 2002; b. het arrest in de zaak met rolnummer 02/1135 KA van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 september 2003; c. de vonnissen in de zaak 231748\01-13392 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 8 juli 2004 en 15 september 2005; d. de arresten in de zaak 105.004.342/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 juli 2008 en 31 maart 2009. De arresten van het hof van 17 juli 2008 en 31 maart 2009 zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP1078 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 maart 2011 Eerste Kamer 09/03380 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: OTOTOL B.V., gevestigd te Poeldijk, gemeente Westland, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. L. van den Eshof, t e g e n BP Nederland B.V., statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Ototol en BP.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 231748\01-13392 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 31 januari 2002 en 8 augustus 2002; b. het arrest in de zaak met rolnummer 02/1135 KA van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 september 2003; c. de vonnissen in de zaak 231748\01-13392 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 8 juli 2004 en 15 september 2005; d. de arresten in de zaak 105.004.342/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 juli 2008 en 31 maart 2009. De arresten van het hof van 17 juli 2008 en 31 maart 2009 zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof van 17 juli 2008 en 31 maart 2009 heeft Ototol beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. BP heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor BP mede door mr. P.A. Fruytier, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping. De advocaat van Ototol heeft bij brief van 21 januari 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Ototol in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BP begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 maart 2011.