Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BP0578 ECLI:NL:HR:2011:BP0578 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP0578 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BP0578
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak met rolnummers H 97.4113 en 143597/HA ZA 97.4113 van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2002, 2 oktober 2002, 15 februari 2006 en 22 maart 2006; b. de arresten in de zaken met nummers 106.005.054/01 en 106.005.195/01 (rolnummers oud: 952/06 en 1093/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 16 augustus 2007, 16 september 2008 en 22 september 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BP0578 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 februari 2011 Eerste Kamer 10/00374 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: B.V. HOTEL-RESTAURANT DE BEER, gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats], 5. [Verweerder 5], wonende te [woonplaats], 6. [Verweerder 6], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als De Beer en [verweerder] c.s., verweerster onder 1 ook als [verweerster 1].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak met rolnummers H 97.4113 en 143597/HA ZA 97.4113 van de rechtbank Amsterdam van 30 januari 2002, 2 oktober 2002, 15 februari 2006 en 22 maart 2006; b. de arresten in de zaken met nummers 106.005.054/01 en 106.005.195/01 (rolnummers oud: 952/06 en 1093/06) van het gerechtshof te Amsterdam van 16 augustus 2007, 16 september 2008 en 22 september 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen voornoemde arresten hof heeft De Beer beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor De Beer toegelicht door mr. J.P. Heering en mr. E.J. Schiebroek, advocaten bij de Hoge Raad. Voor [verweerder] c.s. is de zaak toegelicht door mr. M.V. Polak en mr. R.L.M.M Tan, advocaten te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep. Mr. Heering heeft bij brief van 20 januari 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt De Beer in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, J.C. van Oven, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 11 februari 2011.