Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BO9575 ECLI:NL:HR:2011:BO9575 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BO9575 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BO9575
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 228679/HA ZA 01-2568 (AMS) van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2004; b. het arrest in de zaak 106.002.381/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 2 juni 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BO9575 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 februari 2011 Eerste Kamer 09/03615 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiseres 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [Eiseres 3], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERESSEN tot cassatie, advocaten: mr. G. Snijders en mr. K. Teuben, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel. Eiseressen tot cassatie onder 1 en 2 zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als [eiseres 1 en 2] en eiseres tot cassatie onder 3 als [eiseres 3], verweerster in cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 228679/HA ZA 01-2568 (AMS) van de rechtbank Amsterdam van 29 september 2004; b. het arrest in de zaak 106.002.381/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 2 juni 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres 1 en 2] en [eiseres 3] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, alsmede - voor [verweerster] - door mr. Y.A. Wehrmeijer, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Namens [eiseres 1 en 2] en [eiseres 3] heeft mr. G. Snijders voornoemd bij brief van 7 januari 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres 1 en 2] en [eiseres 3] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 4.651,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 februari 2011.