Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2011:BO8008 ECLI:NL:HR:2011:BO8008 AI generated

ECLI:NL:HR:2011:BO8008 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2011:BO8008
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

Legislator headnote

AI generated

art. 51 Sv; ECLI:NL:HR:2011:BO8008 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel 2.1. Het middel behelst de klacht dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv niet is nageleefd. 2.2.1. De Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam heeft op 16 augustus 2007 uitspraak gedaan in de onderhavige strafzaak tegen de verdachte en in de met die strafzaak samenhangende ontnemingszaak. Beide zaken zijn bekend onder het parketnummer 10/613215-06. De verdachte heeft op 30 augustus 2007 hoger beroep ingesteld, welk beroep door het Hof is aangemerkt als gericht tegen beide uitspraken. 2.2.2. Het Hof heeft bij uitspraken van 6 november 2008 zowel in de strafzaak als in de ontnemingszaak de verdachte respectievelijk de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. 2.2.3.

Keywords

AI generated
art. 51 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 51 Sv
Het middel behelst de klacht dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv niet is nageleefd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 maart 2011 Strafkamer nr. 09/02704 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 6 november 2008, nummer 22/004679-07, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. de Reus, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel 2.1. Het middel behelst de klacht dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv niet is nageleefd. 2.2.1. De Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam heeft op 16 augustus 2007 uitspraak gedaan in de onderhavige strafzaak tegen de verdachte en in de met die strafzaak samenhangende ontnemingszaak. Beide zaken zijn bekend onder het parketnummer 10/613215-06. De verdachte heeft op 30 augustus 2007 hoger beroep ingesteld, welk beroep door het Hof is aangemerkt als gericht tegen beide uitspraken. 2.2.2. Het Hof heeft bij uitspraken van 6 november 2008 zowel in de strafzaak als in de ontnemingszaak de verdachte respectievelijk de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. 2.2.3.

Zowel in de strafzaak als in de ontnemingszaak is beroep in cassatie ingesteld. 2.3. Het middel berust op de stelling dat zich in hoger beroep een raadsman heeft gesteld.Daartoe wordt een beroep gedaan op een aan de schriftuur gehechte kopie van een brief van 4 september 2007 van mr. A.C. Bosch, advocaat te Rotterdam, aan de strafgriffie van het Hof. Deze brief houdt onder meer in: "Parketnummer: 10/613215-06 (...) In bovengenoemde zaak is op 30 augustus 2007 hoger beroep in de ontnemingsprocedure ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2007.

Ik stel mij hierbij voor de behandeling in hoger beroep." 2.4. Het middel faalt, omdat die brief blijkens de bewoordingen betrekking heeft op de ontnemingsprocedure, terwijl de onderhavige zaak niet een zodanige procedure betreft.

3. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 8 maart 2011.