Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BO3584 ECLI:NL:HR:2010:BO3584 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO3584 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BO3584
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 251595/HA ZA 05-3184 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 25 januari 2006 en 17 januari 2007; b. het arrest in de zaak 105.006.377/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 juli 2008. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO3584 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 december 2010 Eerste Kamer 08/04438 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J. Ph. Dietz de Loos, t e g e n ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABN AMRO.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 251595/HA ZA 05-3184 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 25 januari 2006 en 17 januari 2007; b. het arrest in de zaak 105.006.377/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 juli 2008. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 1.396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.