Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BO3531 ECLI:NL:HR:2010:BO3531 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO3531 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BO3531
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de gevoegde zaken 308/03, 309/03 en 418/03 van de rechtbank Middelburg van 29 september 2004; b. het vonnis in de zaak 670/03 van de rechtbank Middelburg van 19 januari 2005; c. het arrest in de gevoegde zaken 105.002.867/01 en 105.003.250/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 april 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO3531 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 december 2010 Eerste Kamer 09/03166 EV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiseres 2], wonende te [woonplaats], 3. [Eiser 3], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n GEMEENTE BORSELE, zetelende te Heinkenszand, gemeente Borsele, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres 1] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de gevoegde zaken 308/03, 309/03 en 418/03 van de rechtbank Middelburg van 29 september 2004; b. het vonnis in de zaak 670/03 van de rechtbank Middelburg van 19 januari 2005; c. het arrest in de gevoegde zaken 105.002.867/01 en 105.003.250/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 april 2009. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres 1] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de Gemeente is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres 1] toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiseres 1] heeft op 18 november 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres 1] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.