Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BO1796 ECLI:NL:HR:2010:BO1796 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO1796 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BO1796
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 10/264 F van de rechtbank Utrecht van 25 mei 2010, b. het arrest in de zaak 200.067.528 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 juni 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO1796 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

17 december 2010 Eerste Kamer 10/02828 EV/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], handelend onder de naam [A], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1.UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN, gevestigd te Amsterdam, 2. COLLEGE ZORGVERZEKERINGEN, gevestigd te Amstelveen, VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en UWV c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 10/264 F van de rechtbank Utrecht van 25 mei 2010, b. het arrest in de zaak 200.067.528 van het gerechtshof te Amsterdam van 28 juni 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. UWV c.s. hebben verweer gevoerd. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor UWV c.s. mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping. [Verzoeker] heeft bij brief van 1 november 2010 met bijlagen op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad heeft deze brief terzijde gelegd nu deze niet door tussenkomst van een advocaat is toegezonden.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 december 2010.