Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BO1730 ECLI:NL:HR:2010:BO1730 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO1730 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BO1730
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van onder meer feit 1 subsidiair "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Legislator headnote

AI generated

art. 457 Sv; ECLI:NL:HR:2010:BO1730 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Keywords

AI generated
art. 457 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 457 Sv

Cited Case Law

AI generated
NJ 2007/345
HR 14 maart 2006, LJN AU5496, NJ 2007/345).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26 oktober 2010 Strafkamer Nr. 10/03481 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 20 januari 2005, nummer 09/900704-04, ingediend door mr. R.J. van Eenennaam, advocaat te 's-Gravenhage namens: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Rechtbank heeft de aanvrager ter zake van onder meer feit 1 subsidiair "met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd" veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage 3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. 3.2.

In de aanvrage wordt aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat deze zaak niet zou hebben geleid tot een veroordeling van de aanvrager ter zake van feit 1, indien de Rechtbank bekend was geweest met de resultaten van een na de uitspraak van de Rechtbank door de aanvrager ondergane polygrafische test (leugendetector). 3.3. De resultaten van die test kunnen echter niet een ernstig vermoeden wekken als hiervoor vermeld, waarbij de Hoge Raad in aanmerking neemt dat de toepassing van de leugendetector met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding uiterst omstreden is wegens de onbetrouwbaarheid ervan (vgl. HR 14 maart 2006, LJN AU5496, NJ 2007/345). 3.4.

Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 26 oktober 2010.