Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BO0192 ECLI:NL:HR:2010:BO0192 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO0192 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BO0192
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 50738/HA ZA 03-2597 van de rechtbank Dordrecht van 19 januari 2005 en 8 maart 2006; b. de arresten in de zaak met het rolnummer 06/806 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 augustus 2007 en 11 november 2008. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BO0192 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

10 december 2010 Eerste Kamer 09/01030 DV/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiseres 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep, advocaat: mr. R.K. van der Brugge, t e g e n GEMEENTE ZEDERIK, zetelende te Meerkerk, gemeente Zederik, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep, advocaten: mr. A.M. van Aerde en mr. B.T.M. van der Wiel. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 50738/HA ZA 03-2597 van de rechtbank Dordrecht van 19 januari 2005 en 8 maart 2006; b. de arresten in de zaak met het rolnummer 06/806 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 augustus 2007 en 11 november 2008. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het principale beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 december 2010.