Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BN8540 ECLI:NL:HR:2010:BN8540 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BN8540 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BN8540
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 1369/2004 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 26 oktober 2005 en 12 maart 2008, b. het vonnis in de zaak AR-1369/04-H-496/08 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 16 juni 2009. Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BN8540 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Elmar heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor Elmar toegelicht door haar advocaat en door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26 november 2010 Eerste Kamer 09/03666 DV/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende op Aruba, EISER tot cassatie, advocaat: mr. A.J.F. Gonesh, t e g e n ELECTRICITEITMAATSCHAPPIJ ARUBA N.V., gevestigd te Oranjestad, Aruba, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.W.H. van Wijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Elmar.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 1369/2004 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 26 oktober 2005 en 12 maart 2008, b. het vonnis in de zaak AR-1369/04-H-496/08 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 16 juni 2009. Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Elmar heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor Elmar toegelicht door haar advocaat en door mr. E.C.M. Hurkens, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Elmar begroot op € 1.691,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken dor de de raadsheer A. Hammerstein op 26 november 2010.