Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BN6397 ECLI:NL:HR:2010:BN6397 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BN6397 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BN6397
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 330911/J2 RK 09-737 van de kinderrechter te Rotterdam van 26 juni 2009, b. de beschikking in de zaak 200.044.568.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 februari 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BN6397 · Hoge Raad: 22 oktober 2010 Eerste Kamer 10/01801 DV/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Brandt, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG STADSREGIO ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en Bureau Jeugdzorg.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 oktober 2010 Eerste Kamer 10/01801 DV/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Brandt, t e g e n STICHTING BUREAU JEUGDZORG STADSREGIO ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en Bureau Jeugdzorg.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 330911/J2 RK 09-737 van de kinderrechter te Rotterdam van 26 juni 2009, b. de beschikking in de zaak 200.044.568.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 februari 2010. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Bureau Jeugdzorg heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de moeder heeft bij brief van 23 augustus 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling De geldigheidsduur van de machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een pleeggezin is op 5 juli 2010 verstreken. Om deze reden heeft de moeder geen belang meer bij haar cassatieberoep, zodat dit moet worden verworpen.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 22 oktober 2010.