Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BN5663 ECLI:NL:HR:2010:BN5663 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BN5663 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BN5663
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het verstekvonnis in de zaak 268577 CV EXPL 02-2629 van de kantonrechter te Amersfoort van 7 augustus 2002; b. de vonnissen in de zaak 277686 CV 02-3829 van de kantonrechter te Amersfoort van 10 september 2003 en 28 januari 2004; c. het vonnis in de zaak 167139/HA ZA 03-1845 van de rechtbank Utrecht van 4 februari 2004; d. de arresten in de zaak met rolnummer 1129/04 en zaaknummer 106.001.629/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 maart 2006, 24 juli 2008 en 31 maart 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BN5663 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof van 24 juli 2008 en 31 maart 2009 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft op 27 augustus 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

15 oktober 2010 Eerste Kamer 09/04357 DV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het verstekvonnis in de zaak 268577 CV EXPL 02-2629 van de kantonrechter te Amersfoort van 7 augustus 2002; b. de vonnissen in de zaak 277686 CV 02-3829 van de kantonrechter te Amersfoort van 10 september 2003 en 28 januari 2004; c. het vonnis in de zaak 167139/HA ZA 03-1845 van de rechtbank Utrecht van 4 februari 2004; d. de arresten in de zaak met rolnummer 1129/04 en zaaknummer 106.001.629/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 maart 2006, 24 juli 2008 en 31 maart 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof van 24 juli 2008 en 31 maart 2009 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft op 27 augustus 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.