ECLI:NL:HR:2010:BN0378 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 08/105 R - 09/142 F van de rechtbank Roermond van 10 juni 2009, b. de arresten in de zaak HV 200.035.149/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 30 september 2009 en 25 november 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2010:BN0378 · Hoge Raad: Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 351 lid 5 F. kon tegen het arrest van 25 november 2009 beroep in cassatie worden ingesteld binnen acht dagen, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn in het onderhavige geval verstreek op 3 december 2009. Het verzoekschrift is op 4 december 2009 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoeker zal derhalve in zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
Full text
9 juli 2010 Eerste Kamer 09/04879 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 08/105 R - 09/142 F van de rechtbank Roermond van 10 juni 2009, b. de arresten in de zaak HV 200.035.149/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 30 september 2009 en 25 november 2009. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 25 november 2009 heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 351 lid 5 F. kon tegen het arrest van 25 november 2009 beroep in cassatie worden ingesteld binnen acht dagen, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn in het onderhavige geval verstreek op 3 december 2009. Het verzoekschrift is op 4 december 2009 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoeker zal derhalve in zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Beslissing De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.