Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BL6186 ECLI:NL:HR:2010:BL6186 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BL6186 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BL6186
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het navolgende stuk: a. de beschikking in de zaak 307968/HA RK 08-347 van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 juni 2009. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 426 lid 1 Rv; ECLI:NL:HR:2010:BL6186 · Hoge Raad: Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 426 lid 1 Rv. kan tegen beschikkingen beroep in cassatie worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Aangezien de Rijkswet op het Nederlanderschap geen afwijkende cassatietermijn voorschrijft en ook geen afwijkende bepaling kent omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn, is art. 426 lid 1 Rv. op het onderhavige cassatieberoep van toepassing. De cassatietermijn verstreek in het onderhavige geval op 4 september 2009. Het verzoekschrift is op 15 september 2009 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoeker zal derhalve in zijn cassatieverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

Keywords

AI generated
art. 426 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 426 lid 1 Rv
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 426 lid 1 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 april 2010 Eerste Kamer 09/03739 EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. R.H. Dormeier, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN, zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het navolgende stuk: a. de beschikking in de zaak 307968/HA RK 08-347 van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 juni 2009. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staat heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in diens cassatieberoep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 426 lid 1 Rv. kan tegen beschikkingen beroep in cassatie worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak. Aangezien de Rijkswet op het Nederlanderschap geen afwijkende cassatietermijn voorschrijft en ook geen afwijkende bepaling kent omtrent het aanvangstijdstip voor de cassatietermijn, is art. 426 lid 1 Rv. op het onderhavige cassatieberoep van toepassing. De cassatietermijn verstreek in het onderhavige geval op 4 september 2009. Het verzoekschrift is op 15 september 2009 ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoeker zal derhalve in zijn cassatieverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.