Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BL0011 ECLI:NL:HR:2010:BL0011 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BL0011 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BL0011
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: het vonnis in de zaak 80590 HA ZA 03-47 van de rechtbank Maastricht van 21 januari 2004, 2. de arresten in de zaak C0401599 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 februari 2007 en 4 december 2007. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BL0011 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 maart 2010 Eerste Kamer 08/01308 EE/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: FAIR PLAY CENTERS B.V., gevestigd te Kerkrade, EISERES tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. M.J. Schenck, thans mr. R.A.A. Duk, t e g e n GEVEKE BOUW B.V., gevestigd te Groningen, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als FPC en Geveke.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

1. het vonnis in de zaak 80590 HA ZA 03-47 van de rechtbank Maastricht van 21 januari 2004, 2. de arresten in de zaak C0401599 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 februari 2007 en 4 december 2007. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof heeft FPC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Geveke heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor FPC, namens haar advocaat, toegelicht door mr. M.J. Schenck, advocaat te Amsterdam. Voor Geveke is de zaak mede toegelicht door mr. W.I. Koelewijn, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van FPC heeft bij brief van 28 januari 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt FPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Geveke begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.