Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BK9650 ECLI:NL:HR:2010:BK9650 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BK9650 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BK9650
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties De Gemeente heeft bij exploot van 15 september 2004 [eiseres] gedagvaard voor de kantonrechter bij de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, betaling van de huurachterstand, ontruiming van het gehuurde en ontbinding van de huurovereenkomst. [Eiseres] heeft de vorderingen bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 28 december 2004 de huurovereenkomst per 1 januari 2005 ontbonden, [eiseres] veroordeeld binnen een maand na betekening van het vonnis de gehuurde woonwagenstandplaats te ontruimen en te verlaten en ter beschikking van de Gemeente te stellen en voorts [eiseres] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huurpenningen en buitengerechtelijke kosten. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 8 mei 2008 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BK9650 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 maart 2010 Eerste Kamer 08/03548 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.B. van Heijningen, t e g e n DE GEMEENTE DEN HAAG, zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties De Gemeente heeft bij exploot van 15 september 2004 [eiseres] gedagvaard voor de kantonrechter bij de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, betaling van de huurachterstand, ontruiming van het gehuurde en ontbinding van de huurovereenkomst. [Eiseres] heeft de vorderingen bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 28 december 2004 de huurovereenkomst per 1 januari 2005 ontbonden, [eiseres] veroordeeld binnen een maand na betekening van het vonnis de gehuurde woonwagenstandplaats te ontruimen en te verlaten en ter beschikking van de Gemeente te stellen en voorts [eiseres] veroordeeld tot betaling van de achterstallige huurpenningen en buitengerechtelijke kosten. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 8 mei 2008 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 477,34 aan verschotten en € 1.100,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.