Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BK9141 ECLI:NL:HR:2010:BK9141 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BK9141 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BK9141
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 12 oktober 2007 NOvAA gedagvaard voor de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, NOvAA te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.142,--, met rente en kosten. NOvAA heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 7 mei 2008 de vordering afgewezen. Het vonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 398 Rv; ECLI:NL:HR:2010:BK9141 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Partijen zijn op de voet van art. 398 Rv, aanhef en onder 2°, sprongcassatie overeengekomen. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. NOvAA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief, ingekomen op 20 januari 2010 op die conclusie gereageerd.

Keywords

AI generated
art. 398 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 398 Rv
Het geding in cassatie Partijen zijn op de voet van art. 398 Rv, aanhef en onder 2°, sprongcassatie overeengekomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

19 februari 2010 Eerste Kamer 08/03736 EE/IS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R. Menschaert, t e g e n de publiekrechtelijke beroepsorganisatie NEDERLANDSE ORDE VAN ACCOUNTANT-ADMINISTRATIECONSULENTEN, gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en NOvAA.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 12 oktober 2007 NOvAA gedagvaard voor de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, NOvAA te veroordelen aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.142,--, met rente en kosten. NOvAA heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft bij vonnis van 7 mei 2008 de vordering afgewezen. Het vonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Partijen zijn op de voet van art. 398 Rv, aanhef en onder 2°, sprongcassatie overeengekomen. Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. NOvAA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief, ingekomen op 20 januari 2010 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NOvAA begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 februari 2010.