Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BK7077 ECLI:NL:HR:2010:BK7077 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BK7077 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BK7077
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Legislator headnote

AI generated

art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, art. 25 Sv; ECLI:NL:HR:2010:BK7077 · Hoge Raad: 30 maart 2010 Strafkamer Nr. 08/03265 B Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 februari 2008, nummer 22/006233-05, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].

Keywords

AI generated
art. 552a van het Wetboek van Strafvordering art. 25 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 552a van het Wetboek van Strafvordering
art. 25 Sv
Het middel klaagt dat art. 25 Sv is geschonden nu het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, immers niet inhoudt wat door de raadsman is aangevoerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

30 maart 2010 Strafkamer Nr. 08/03265 B Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 februari 2008, nummer 22/006233-05, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel klaagt dat art. 25 Sv is geschonden nu het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet, immers niet inhoudt wat door de raadsman is aangevoerd. 2.2. Art. 25 Sv luidt: "1. Van het onderzoek der raadkamer wordt door den griffier een proces-verbaal opgemaakt, behelzende den zakelijken inhoud van de afgelegde verklaringen en van hetgeen verder bij dat onderzoek is voorgevallen.

2. Indien een verdachte, getuige of deskundige of de raadsman of de advocaat verlangt dat eenige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, geschiedt dat, voor zoover de opgave redelijke grenzen niet overschrijdt, zoveel mogelijk." 2.3. Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer houdt, voor zover hier van belang, in: "De klager (...) is niet ter terechtzitting verschenen. (...) De raadsman licht het klaagschrift toe. De advocaat-generaal voert het woord en concludeert tot ongegrondverklaring van het beklag. De raadsman en na hem de advocaat-generaal voeren wederom het woord. De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten (...)." 2.4. In aanmerking genomen dat het proces-verbaal niet inhoudt dat de raadsman heeft verlangd dat op de voet van art. 25, tweede lid, Sv enige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, voldoet het opgemaakte proces-verbaal aan het bepaalde in art. 25, eerste lid, Sv. 2.5. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

3. Beoordeling van het tweede middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, H.A.G. Splinter-van Kan, W.F. Groos en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2010.