Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2010:BK6590 ECLI:NL:HR:2010:BK6590 AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BK6590 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2010:BK6590
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van 18 januari 2006 van de rechtbank Utrecht is tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Met een op 8 april 2008 gedateerd verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot voornoemde rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de man maandelijks een bedrag van € 1.000,-- aan haar zal voldoen als bijdrage in haar levensonderhoud. De man heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2008 het verzoek van de vrouw afgewezen. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 26 mei 2009 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2010:BK6590 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 februari 2010 Eerste Kamer 09/02738 EE/IS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van 18 januari 2006 van de rechtbank Utrecht is tussen partijen echtscheiding uitgesproken. Met een op 8 april 2008 gedateerd verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot voornoemde rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de man maandelijks een bedrag van € 1.000,-- aan haar zal voldoen als bijdrage in haar levensonderhoud. De man heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 30 juli 2008 het verzoek van de vrouw afgewezen. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 26 mei 2009 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 5 februari 2010.