Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2009:BK4471 ECLI:NL:HR:2009:BK4471 AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BK4471 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2009:BK4471
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 6 oktober 2006 [verweerder] gedagvaard voor de kantonrechter te Leiden, en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] een bedrag van € 1.850,-- te betalen, alsmede € 1.380,-- aan buitengerechtelijke kosten. [Verweerder] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij vonnis van 21 februari 2007 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage. Na tussenarrest van 18 april 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft het hof bij eindarrest van 23 september 2008 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BK4471 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 december 2009 Eerste Kamer 09/00207 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n [Verweerder], wonende danwel kantoorhoudende te [plaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 6 oktober 2006 [verweerder] gedagvaard voor de kantonrechter te Leiden, en gevorderd, kort gezegd, [verweerder] te veroordelen om aan [eiseres] een bedrag van € 1.850,-- te betalen, alsmede € 1.380,-- aan buitengerechtelijke kosten. [Verweerder] heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij vonnis van 21 februari 2007 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage. Na tussenarrest van 18 april 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast, heeft het hof bij eindarrest van 23 september 2008 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] voor zover het beroep is gericht tegen het tussenarrest en voor het overige tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.H. Koster op 22 december 2009.