ECLI:NL:HR:2009:BK2158 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedGeding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. 1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
Legislator headnote
AI generatedart. 512 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2009:BK2158 · Hoge Raad: 8 december 2009 Strafkamer Nr. 09/00945 Hoge Raad der Nederlanden Beslissing op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2008, nummer 56/10-2008, op een wrakingsverzoek als bedoeld in art. 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Verzoeker], domicilie kiezende te Zeist.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
8 december 2009 Strafkamer Nr. 09/00945 Hoge Raad der Nederlanden Beslissing op het beroep in cassatie tegen een beslissing van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 2 oktober 2008, nummer 56/10-2008, op een wrakingsverzoek als bedoeld in art. 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [Verzoeker], domicilie kiezende te Zeist.
1. Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de verzoeker. Namens deze heeft mr. M.J.F. Stelling, advocaat te Zeist, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verzoeker niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. 1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het beroep. Deze beslissing is gegeven door de raadsheer J.P. Balkema als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 8 december 2009.