Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2009:BK0863 ECLI:NL:HR:2009:BK0863 AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BK0863 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2009:BK0863
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 10 januari 2007 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de moeder van het ouderlijk gezag van de minderjarige [de zoon] te ontheffen. De moeder heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 12 april 2007 de moeder van het ouderlijk gezag van [de zoon] ontheven en Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam tot voogdes van [de zoon] benoemd. Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 12 november 2008 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BK0863 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Raad heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 december 2009 Eerste Kamer 09/00591 EE/SV Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Rotterdam-Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 10 januari 2007 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de moeder van het ouderlijk gezag van de minderjarige [de zoon] te ontheffen. De moeder heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 12 april 2007 de moeder van het ouderlijk gezag van [de zoon] ontheven en Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam tot voogdes van [de zoon] benoemd. Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 12 november 2008 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Raad heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers, als voorzitter, en de raadsheren O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 december 2009.