ECLI:NL:HR:2009:BJ8338 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Bij voordracht van 12 februari 2008 heeft de rechter-commissaris de rechtbank Rotterdam verzocht de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] tussentijds te beëindigen. Bij vonnis van 25 april 2008 heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Na een mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 25 september 2008 [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 25 april 2008. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2009:BJ8338 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
13 november 2009 Eerste Kamer 08/04204 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. S. Süzen. Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties Bij voordracht van 12 februari 2008 heeft de rechter-commissaris de rechtbank Rotterdam verzocht de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] tussentijds te beëindigen. Bij vonnis van 25 april 2008 heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Na een mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 25 september 2008 [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank van 25 april 2008. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 november 2009.