Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2009:BJ1940 ECLI:NL:HR:2009:BJ1940 AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BJ1940 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2009:BJ1940
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 24 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad voor de Kinderbescherming zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, [verzoekster] te ontheffen uit het ouderlijk gezag van twee van haar minderjarige kinderen; [de dochter] en [de zoon]. [Verzoekster] heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 16 juli 2008 [verzoekster] uit het ouderlijk gezag ontheven en de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam met de voogdij over voornoemde minderjarige kinderen belast. Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, en verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en [verzoekster] in haar ouderlijk gezag te herstellen. Bij beschikking van 30 december 2008 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BJ1940 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

16 oktober 2009 Eerste Kamer 09/01346 EE/IS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Amsterdam, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de Raad voor de Kinderbescherming.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 24 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad voor de Kinderbescherming zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, [verzoekster] te ontheffen uit het ouderlijk gezag van twee van haar minderjarige kinderen; [de dochter] en [de zoon]. [Verzoekster] heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 16 juli 2008 [verzoekster] uit het ouderlijk gezag ontheven en de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam met de voogdij over voornoemde minderjarige kinderen belast. Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, en verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en [verzoekster] in haar ouderlijk gezag te herstellen. Bij beschikking van 30 december 2008 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 oktober 2009.