Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2009:BH8670 ECLI:NL:HR:2009:BH8670 AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BH8670 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2009:BH8670
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eisers] hebben bij exploot van 23 juli 2004 Samenwerking gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, - voor recht te verklaren dat Samenwerking vanaf 1997 toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichting [eisers] het ongestoorde huurgenot te verschaffen, en dat Samenwerking dientengevolge jegens [eisers] aansprakelijk is voor de schade en de gemaakte kosten; - Samenwerking te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 2.929,83, aan [eiser 2] van een bedrag van € 2.021,72 en aan [eisers] van een bedrag van € 788,--. Samenwerking heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft, na mondelinge behandeling, bij vonnis van 3 juni 2005 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eisers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 8 maart 2007 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2009:BH8670 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 juni 2009 Eerste Kamer 07/11445 DV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], 2. [Eiser 2], beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n de AMSTERDAMSCHE COÖPERATIEVE WONINGVEREENIGING "SAMENWERKING" B.A., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers], respectievelijk Samenwerking.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eisers] hebben bij exploot van 23 juli 2004 Samenwerking gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, - voor recht te verklaren dat Samenwerking vanaf 1997 toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichting [eisers] het ongestoorde huurgenot te verschaffen, en dat Samenwerking dientengevolge jegens [eisers] aansprakelijk is voor de schade en de gemaakte kosten; - Samenwerking te veroordelen tot betaling aan [eiser 1] van een bedrag van € 2.929,83, aan [eiser 2] van een bedrag van € 2.021,72 en aan [eisers] van een bedrag van € 788,--. Samenwerking heeft de vordering bestreden. De kantonrechter heeft, na mondelinge behandeling, bij vonnis van 3 juni 2005 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eisers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 8 maart 2007 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen Samenwerking is verstek verleend. De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eisers] heeft op 16 april 2009, derhalve te laat, schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Samenwerking begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 juni 2009.