ECLI:NL:HR:2009:BH3186 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Met een op 16 oktober 2006 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en onder meer verzocht tussen partijen echtscheiding uit te spreken en ten laste van de man een bijdrage vast te stellen in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen ten bedrage van € 350,-- per maand en in haar levensonderhoud eveneens ten bedrage van € 350,-- per maand. De man heeft het alimentatieverzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 18 april 2007 het verzoek van de vrouw toegewezen. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij beschikking van 11 februari 2008 heeft het gerechtshof te Arnhem de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2009:BH3186 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
24 april 2009 Eerste Kamer 08/01979 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], verblijvende in China, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.G. Pherai, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 16 oktober 2006 ter griffie van de rechtbank Zwolle-Lelystad ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en onder meer verzocht tussen partijen echtscheiding uit te spreken en ten laste van de man een bijdrage vast te stellen in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind van partijen ten bedrage van € 350,-- per maand en in haar levensonderhoud eveneens ten bedrage van € 350,-- per maand. De man heeft het alimentatieverzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 18 april 2007 het verzoek van de vrouw toegewezen. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij beschikking van 11 februari 2008 heeft het gerechtshof te Arnhem de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 april 2009.