Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BF3942 ECLI:NL:HR:2008:BF3942 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BF3942 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BF3942
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Verweerster] heeft bij exploot van 12 juli 2004 Fortis gedagvaard voor de rechtbank Breda en gevorderd, kort gezegd, op grond van art. 1:89 BW de borgstelling voor de vier wissels gedateerd 16 mei 2002, waarbij [betrokkene 1] zich tegenover Fortis heeft verbonden tot nakoming van de verbintenis die de naamloze vennootschap naar Belgisch recht [A] N.V. tegenover Fortis krachtens genoemde wissels heeft of zal verkrijgen, te vernietigen. Fortis heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 oktober 2005 de vordering van [verweerster] afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 9 januari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voornoemde borgstelling van 16 mei 2002 vernietigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 1:89 BW; ECLI:NL:HR:2008:BF3942 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Keywords

AI generated
art. 1:89 BW

Cited Legislation

AI generated
art. 1:89 BW

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

19 december 2008 Eerste Kamer Nr. C07/123HR RM/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: de naamloze vennootschap naar Belgisch recht FORTIS BANK N.V., gevestigd te Brussel, België, EISERES tot cassatie, advocaten: mr. E. Grabandt en mr. S.M. Bartman, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. M.E.M.G. Peletier. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Fortis en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties [Verweerster] heeft bij exploot van 12 juli 2004 Fortis gedagvaard voor de rechtbank Breda en gevorderd, kort gezegd, op grond van art. 1:89 BW de borgstelling voor de vier wissels gedateerd 16 mei 2002, waarbij [betrokkene 1] zich tegenover Fortis heeft verbonden tot nakoming van de verbintenis die de naamloze vennootschap naar Belgisch recht [A] N.V. tegenover Fortis krachtens genoemde wissels heeft of zal verkrijgen, te vernietigen. Fortis heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 oktober 2005 de vordering van [verweerster] afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij arrest van 9 januari 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, voornoemde borgstelling van 16 mei 2002 vernietigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Fortis beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van Fortis heeft bij brief van 9 oktober 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Fortis in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.