Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BF1208 ECLI:NL:HR:2008:BF1208 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BF1208 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BF1208
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instantie Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 wegens het gebruik van de onroerende zaak a-straat 1 te Q een aanslag in de onroerendezaakbelastingen en een aanslag in de rioolrechten van de gemeente Ambt Montfort opgelegd. Deze aanslagen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Ambt Montfort gehandhaafd. Het Hof heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen, bij afzonderlijke uitspraken, ongegrond verklaard. De uitspraken van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BF1208 · Hoge Raad: Beoordeling van de klachten 3.1. Het Hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting dat indien een recreatiewoning telkens voor betrekkelijk korte perioden voor rekening en risico van de eigenaar van die woning pleegt te worden verhuurd, voor de heffing van rioolrechten de eigenaar moet worden aangemerkt als de gebruiker van die woning, ook indien de eigenaar zelf nimmer in die woning verblijft. Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting, falen zij derhalve. 3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Nr. 42.147 19 september 2008 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 juli 2005, nrs. 02/03919 en 02/03920, betreffende een aanslag in de onroerendezaakbelastingen respectievelijk een aanslag in de rioolrechten.

1. Het geding in feitelijke instantie Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 wegens het gebruik van de onroerende zaak a-straat 1 te Q een aanslag in de onroerendezaakbelastingen en een aanslag in de rioolrechten van de gemeente Ambt Montfort opgelegd. Deze aanslagen zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraken van de heffingsambtenaar van de gemeente Ambt Montfort gehandhaafd. Het Hof heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen, bij afzonderlijke uitspraken, ongegrond verklaard. De uitspraken van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraken bij één beroepschrift beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ambt Montfort heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten 3.1. Het Hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting dat indien een recreatiewoning telkens voor betrekkelijk korte perioden voor rekening en risico van de eigenaar van die woning pleegt te worden verhuurd, voor de heffing van rioolrechten de eigenaar moet worden aangemerkt als de gebruiker van die woning, ook indien de eigenaar zelf nimmer in die woning verblijft. Voor zover de klachten uitgaan van een andere opvatting, falen zij derhalve. 3.2. De klachten kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen en C. Schaap, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2008.