ECLI:NL:HR:2008:BE9754 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedGeding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BE9754 · Hoge Raad: 28 oktober 2008 Strafkamer nr. S 01354/07 E Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, Economische Kamer, van 30 november 2006, nummer 24/000793-04, in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
Full text
28 oktober 2008 Strafkamer nr. S 01354/07 E Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden, Economische Kamer, van 30 november 2006, nummer 24/000793-04, in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.H. Lanting, advocaat te Leeuwarden, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Schipper heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de schriftuur en de ontvankelijkheid van het beroep 2.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. In cassatie kan niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar stellingen die in feitelijke aanleg zijn verdedigd. 2.2. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 oktober 2008. Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.