ECLI:NL:HR:2008:BD7600 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Bij vonnis van 4 november 2005 heeft de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de schuldenaren de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een bewindvoerder. De rechter-commissaris heeft bij de rechtbank aldaar een voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 26 september 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en de schuldenaren in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en een curator. Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 11 december 2007 de beslissing waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BD7600 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
10 oktober 2008 Eerste Kamer 07/13590 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te Amsterdam, VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1] en [verzoekster 2], gezamenlijk als de schuldenaren.
1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van 4 november 2005 heeft de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de schuldenaren de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een bewindvoerder. De rechter-commissaris heeft bij de rechtbank aldaar een voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 26 september 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en de schuldenaren in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en een curator. Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 11 december 2007 de beslissing waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 oktober 2008.