Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BD7479 ECLI:NL:HR:2008:BD7479 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD7479 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BD7479
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen Nieuw Amstelland en [verweerster] verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 25 oktober 2002, nr. C01/067HR, NJ 2004/556. Bij dit arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 30 november 2000 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage verwezen. Na conclusiewisseling na verwijzing heeft het hof te 's-Gravenhage bij arrest van 16 mei 2007 het beroepen vonnis vernietigd en voor recht verklaard dat Nieuw Amstelland voor 50% aansprakelijk is voor de ten gevolge van het ongeval door [verweerster] geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 1996 tot aan de dag der algehele voldoening. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD7479 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Nieuw Amstelland beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor Nieuw Amstelland toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

Cited Case Law

AI generated
NJ 2004/556

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

3 oktober 2008 Eerste Kamer 07/11436 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: MANEGE NIEUW AMSTELLAND B.V., gevestigd te Amstelveen, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. Meijer, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Nieuw Amstelland en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen Nieuw Amstelland en [verweerster] verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 25 oktober 2002, nr. C01/067HR, NJ 2004/556. Bij dit arrest heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 30 november 2000 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het gerechtshof te 's-Gravenhage verwezen. Na conclusiewisseling na verwijzing heeft het hof te 's-Gravenhage bij arrest van 16 mei 2007 het beroepen vonnis vernietigd en voor recht verklaard dat Nieuw Amstelland voor 50% aansprakelijk is voor de ten gevolge van het ongeval door [verweerster] geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 1996 tot aan de dag der algehele voldoening. Het meer of anders gevorderde heeft het hof afgewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Nieuw Amstelland beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. De zaak is voor Nieuw Amstelland toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Nieuw Amstelland in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 oktober 2008.