Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BD5981 ECLI:NL:HR:2008:BD5981 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD5981 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BD5981
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 17 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf als namens [de vader] (hierna: de vader), zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op de voet van art. 12 HKOV de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen van partijen naar België te gelasten. De moeder heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 15 november 2007 de terugkeer van de kinderen naar de vader in België bevolen en bepaald dat de terugkeer uiterlijk op 23 november 2007 moet zijn geëffectueerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD5981 · Hoge Raad: 12 HKOV de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen van partijen naar België te gelasten. De moeder heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 15 november 2007 de terugkeer van de kinderen naar de vader in België bevolen en bepaald dat de terugkeer uiterlijk op 23 november 2007 moet zijn geëffectueerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 juli 2008 Eerste Kamer 08/01356 EV/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n DE CENTRALE AUTORITEIT, optredend voor zichzelf en [de vader], gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Centrale Autoriteit.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 17 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf als namens [de vader] (hierna: de vader), zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, op de voet van art. 12 HKOV de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige kinderen van partijen naar België te gelasten. De moeder heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 15 november 2007 de terugkeer van de kinderen naar de vader in België bevolen en bepaald dat de terugkeer uiterlijk op 23 november 2007 moet zijn geëffectueerd.

Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof heeft, na mondelinge behandeling, bij beschikking van 27 februari 2008 de bestreden beschikking bekrachtigd met dien verstande dat de moeder de kinderen uiterlijk op 1 april 2008 dient terug te brengen naar België en dat, in geval de moeder hieraan geen gevolg geeft, de kinderen op 2 april 2008 door de moeder aan de vader dienen te worden afgegeven voor terugkeer naar België. Het meer of anders verzochte heeft het hof afgewezen. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.