Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BD4746 ECLI:NL:HR:2008:BD4746 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD4746 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BD4746
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Stichting Hoop heeft bij exploot van 3 augustus 2001 Stichting Toekomst gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd: * te verklaren voor recht dat het voeren van de naam Stichting Fonds van Hoop voor Kinderen door gedaagde onrechtmatig is tegenover Stichting Hoop, * een veroordeling tot staken en gestaakt te houden van het gebruik van die naam onder verbeurte van een dwangsom, * een verbod om een handelsnaam te voeren waarvan 'hoop' en 'kinderen' deel uitmaken, op straffe van een dwangsom, * veroordeling tot betaling van schadevergoeding ad ƒ 10.000,--. Stichting Toekomst heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 27 november 2002 de vorderingen afgewezen. Tegen dit vonnis heeft Stichting Hoop hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof heeft, na tussenarrest van 25 augustus 2005, bij eindarrest van 18 januari 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD4746 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 september 2008 Eerste Kamer Nr. C07/128HR EV/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE STICHTING HOOP VOOR STRAAT- EN ZWERFKINDEREN, gevestigd te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n DE STICHTING FONDS TOEKOMST VOOR KINDEREN, gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Stichting Hoop en Stichting Toekomst.

1. Het geding in feitelijke instanties Stichting Hoop heeft bij exploot van 3 augustus 2001 Stichting Toekomst gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd: * te verklaren voor recht dat het voeren van de naam Stichting Fonds van Hoop voor Kinderen door gedaagde onrechtmatig is tegenover Stichting Hoop, * een veroordeling tot staken en gestaakt te houden van het gebruik van die naam onder verbeurte van een dwangsom, * een verbod om een handelsnaam te voeren waarvan 'hoop' en 'kinderen' deel uitmaken, op straffe van een dwangsom, * veroordeling tot betaling van schadevergoeding ad ƒ 10.000,--. Stichting Toekomst heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 27 november 2002 de vorderingen afgewezen. Tegen dit vonnis heeft Stichting Hoop hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof heeft, na tussenarrest van 25 augustus 2005, bij eindarrest van 18 januari 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof heeft Stichting Hoop beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen Stichting Toekomst is verstek verleend. De zaak is voor Stichting Hoop toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Stichting Hoop in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Stichting Toekomst begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 september 2008.