ECLI:NL:HR:2008:BD3131 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 5 maart 2007 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken. Naar aanleiding van een brief van de bewindvoerder van 15 juni 2007, met als bijlage een brief van de Gemeente Nijmegen van 14 juni 2007, en op verzoek van de rechter-commissaris, heeft de rechtbank [verzoekster] gehoord ter terechtzitting van 25 september 2007. Bij vonnis van 4 oktober 2007 heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoekster] één of meer van haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen. De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in het faillissement van [verzoekster]. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 10 december 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2008:BD3131 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
11 juli 2008 Eerste Kamer 07/13591 RM/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 5 maart 2007 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken. Naar aanleiding van een brief van de bewindvoerder van 15 juni 2007, met als bijlage een brief van de Gemeente Nijmegen van 14 juni 2007, en op verzoek van de rechter-commissaris, heeft de rechtbank [verzoekster] gehoord ter terechtzitting van 25 september 2007. Bij vonnis van 4 oktober 2007 heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoekster] één of meer van haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen. De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in het faillissement van [verzoekster]. Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 10 december 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen dit arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.