Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BD2403 ECLI:NL:HR:2008:BD2403 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD2403 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BD2403
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 11 juni 2004 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens [eiser] heeft gehandeld in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid, dan wel de redelijkheid en billijkheid, of de contractuele goede trouw, althans dat de Gemeente zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige daad. Daarnaast heeft [eiser] gevorderd dat de Gemeente de door hem geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zal vergoeden met rente en kosten. De Gemeente heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft, na comparitie van partijen, bij eindvonnis van 23 februari 2005 de vordering afgewezen. Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 24 augustus 2006 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BD2403 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 juni 2008 Eerste Kamer Nr. C07/022HR EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n GEMEENTE HAARLEMMERMEER, zetelende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 11 juni 2004 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens [eiser] heeft gehandeld in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid, dan wel de redelijkheid en billijkheid, of de contractuele goede trouw, althans dat de Gemeente zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige daad. Daarnaast heeft [eiser] gevorderd dat de Gemeente de door hem geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zal vergoeden met rente en kosten. De Gemeente heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft, na comparitie van partijen, bij eindvonnis van 23 februari 2005 de vordering afgewezen. Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 24 augustus 2006 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Gemeente mede door mr. D. Vlasblom, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 juni 2008.