Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2008:BC7905 ECLI:NL:HR:2008:BC7905 AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC7905 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2008:BC7905
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 22 november 2006 ter griffie van de rechtbank Zutphen ingekomen verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 december 2006 het verzoek afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 22 februari 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2008:BC7905 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

28 maart 2008 Eerste Kamer Rek.nr. R07/046HR IV/AG Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker]. wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.P. Dietz de Loos. Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 22 november 2006 ter griffie van de rechtbank Zutphen ingekomen verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 december 2006 het verzoek afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 22 februari 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 28 maart 2008.